ECLI:NL:RVS:2024:4262
Raad van State · 23-10-2024 · zaaknummer 202306373/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 22 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de bewonersparkeervergunning van [appellante] ingetrokken. [appellante] was in het bezit van een bewonersparkeervergunning voor haar auto. Zij beschikt ook over een parkeerplaats in een gedeelde garage. Omdat in het vergunningengebied waar zij woont slechts één vergunning per adres wordt verleend, verminderd met het aantal stallingsplaatsen van auto’s waarover iemand kan beschikken, heeft [appellante] volgens het college geen recht meer op de vergunning. Het college heeft die vergunning daarom ingetrokken en dat besluit in bezwaar gehandhaafd. De rechtbank is het college hierin gevolgd. Dat [appellante] feitelijk geen gebruik maakt van haar parkeerplaats in de garage omdat haar auto te groot is voor de parkeerlift, komt volgens de rechtbank voor eigen rekening en risico. Ook is geen sprake van een uitzonderlijk schrijnende situatie, zodat het college niet op grond van de hardheidsclausule de intrekking achterwege moest laten.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
