ECLI:NL:RVS:2024:4232
Raad van State · 14-10-2024 · zaaknummer 202303135/1/A3
Inhoudsindicatie
Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank van 30 maart 2023 waarbij de rechtbank het beroep van [appellanten] tegen het besluit van 10 februari 2022 ongegrond heeft verklaard. In dat besluit heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam het bezwaar tegen het besluit van 17 december 2021, waarbij een aanvraag om een parkeervergunning voor bewoners is afgewezen, ongegrond verklaard. [appellanten] wonen met hun drie volwassen kinderen op het adres [locatie] te Amsterdam. Dit adres, gelegen in stadsdeel Nieuw-West, kent een maximum van twee bewonersvergunningen per adres. De bewoners beschikken over drie garageboxen in het vergunningengebied. Uit het bestemmingsplan volgt dat dit stallingsplaatsen zijn en bestemd voor stalling van auto's. Het college heeft de aanvraag afgewezen omdat de Parkeerverordening 2013 (hierna: Parkeerverordening) voorschrijft dat stallingsplaatsen dienen te worden afgetrokken van het aantal te verlenen vergunningen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
