ECLI:NL:RVS:2024:4167
Raad van State · 16-10-2024 · zaaknummer 202303845/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 24 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de kosten voor toepassing van bestuursdwang om een zeecontainer te verwijderen vastgesteld op € 9.552,95 en [appellant] meegedeeld dat deze kosten op hem worden verhaald. Op 5 oktober 2020 heeft een gemeentelijk toezichthouder geconstateerd dat een zeecontainer zonder vergunning op de weg was geplaatst ter hoogte van de Jupiterkade 36 te Den Haag. Dit is in strijd met artikel 2:10, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de Gemeente Den Haag. Omdat de eigenaar niet achterhaald kon worden heeft het college een besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang tot verwijdering van de zeecontainer genomen en dit besluit in het Gemeenteblad van 2 december 2020 bekend gemaakt. Op 30 december 2020 heeft het college, nadat door een gemeentelijk toezichthouder was geconstateerd dat de zeecontainer nog steeds op de openbare weg was geplaatst, de zeecontainer verwijderd. Op 18 juni 2021 heeft [appellant] zich via zijn gemachtigde als eigenaar gemeld en verzocht de zeecontainer aan hem terug te geven.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
