ECLI:NL:RVS:2024:4161
Raad van State · 16-10-2024 · zaaknummer 202307209/1/V6
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 28 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [wederpartij] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [wederpartij] heeft de Syrische nationaliteit. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap. De reden daarvoor is dat volgens de staatssecretaris ernstige vermoedens bestaan dat [wederpartij] een gevaar vormt voor de openbare orde. [wederpartij] heeft de Syrische nationaliteit. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap. De reden daarvoor is dat volgens de staatssecretaris ernstige vermoedens bestaan dat [wederpartij] een gevaar vormt voor de openbare orde. Waarom het concreet gaat is dat tegen [wederpartij] op 15 januari 2019 een strafbeschikking is uitgevaardigd wegens handelen in strijd met artikel 8, derde lid, aanhef en onder a, van de Wegenverkeerswet 1994, waarbij aan [wederpartij] een rijontzegging van twee maanden is opgelegd en een geldboete van € 150,00.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
