ECLI:NL:RVS:2024:4143
Raad van State · 16-10-2024 · zaaknummer 202302219/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 27 augustus 2021 heeft de commandant van de Koninklijke Marechaussee de door hem aan Menzies Security Services B.V. verleende toestemming om [appellant] beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten, ingetrokken. De commandant heeft eerder bij besluit van 28 januari 2020 aan Menzies toestemming verleend om [appellant] werkzaamheden te laten verrichten als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. [appellant] is als verdachte aangemerkt wegens (het treffen van voorbereidingshandelingen voor) de invoer van verdovende middelen via Schiphol, hetgeen strafbaar is gesteld op grond van artikel 10a, eerste lid, van de Opiumwet. Bij het besluit van 13 januari 2022 heeft de commandant de intrekking gehandhaafd. De commandant heeft zich daarbij gebaseerd op het proces-verbaal van 10 augustus 2021 en het proces-verbaal van 22 november 2021. De commandant heeft zich op het standpunt gesteld dat [appellant] niet beschikt over de vereiste betrouwbaarheid om beveiligingswerkzaamheden te verrichten.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
