ECLI:NL:RVS:2024:368
Raad van State · 31-01-2024 · zaaknummer 202302079/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 7 maart 2022 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven de aanvraag van [appellant] om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven afgewezen. Op 30 juli 2021 heeft [appellant] een uitkering uit het schadefonds aangevraagd. Hij is op 29 december 2020 tijdens een burenruzie slachtoffer geworden van een geweldsmisdrijf. Hij is meerdere keren met een hondenriem op zijn hoofd geslagen en heeft daardoor fysiek en psychisch letsel opgelopen. Het fysieke letsel bestaat uit schade aan een zenuw in zijn gezicht waardoor hij links onder zijn oog een blijvend doof gevoel heeft. Op 29 december 2020 heeft [appellant] aangifte gedaan van mishandeling. Bij besluit van 4 juli 2022 heeft de CSG de aanvraag afgewezen. Het fysieke letsel van [appellant] is niet aan te merken als ernstig letsel, zoals bedoeld in de Wet schadefonds geweldsmisdrijven. De CSG kan de psychische klachten niet beoordelen, omdat deze niet zijn onderbouwd met objectieve medische informatie. De rechtbank is van oordeel dat het fysieke letsel niet voldoende ernstig is om voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven in aanmerking te komen.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
