ECLI:NL:RVS:2024:3623
Raad van State · 03-09-2024 · zaaknummer 202303011/1/R1
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 17 maart 2021 heeft het college besloten tot invordering van de door Janima verbeurde dwangsom van € 13.000,00. Bij besluit van 4 mei 2022 heeft het college het door Janima daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en dat besluit in stand gelaten. Bij uitspraak van 28 maart 2023 heeft de rechtbank het door Janima daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen deze uitspraak. Dit oordeel gaat alleen over de invordering van de verbeurde dwangsom. Aan het belang van invordering wordt in de rechtspraak een zwaarwegend gewicht toegekend. Anders zou er weinig gezag uitgaan van een opgelegde last onder dwangsom. Alleen in bijzondere omstandigheden kan geheel of gedeeltelijk van invordering worden afgezien.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
