ECLI:NL:RVS:2024:350
Raad van State · 31-01-2024 · zaaknummer 202301838/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 16 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht aan [appellant] een urgentieverklaring verleend voor een éénmalig bemiddelingsaanbod. Bij besluit van 2 juni 2022 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellant] is alleenstaand en verbleef sinds augustus 2019 in het Corporatiehotel, een gemeentelijke noodopvang voor daklozen. Hij heeft co-ouderschap over zijn twee minderjarige dochters en in het ouderschapsplan staat dat zij de helft van de tijd bij hem verblijven. Verder wil hij graag dat zijn moeder regelmatig bij hem kan verblijven. Op 9 november 2020 heeft [appellant] een urgentieverklaring gekregen op maatschappelijke gronden in het kader van een uitstroomvoorziening zoals bedoeld in artikel 2.5.1e, eerste lid, onder b, van de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2019. Het ging om een urgentieverklaring met een éénmalig bemiddelingsaanbod met als zoekprofiel een appartement vanaf de eerste etage met maximaal drie slaapkamers. Het college heeft [appellant] op grond daarvan een woning aangeboden aan de [locatie 1] in de wijk Kanaleneiland.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
