ECLI:NL:RVS:2024:3499
Raad van State · 28-08-2024 · zaaknummer 202206329/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij brief van 2 juli 2020 heeft de voorzitter van de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland aan [appellant] medegedeeld dat hij een verzoek van [appellant] niet in behandeling neemt. [appellant] reist voor zijn werk met het openbaar vervoer van Tiel naar Amsterdam en maakt daarvoor gebruik van de trein van de Nederlandse Spoorwegen. Zijn traject ligt voor een deel in het gebied van de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland. Wegens de COVID-19 pandemie is een mondkapjesplicht in onder andere het openbaar vervoer ingesteld. [appellant] heeft op 4 juni 2020 een verzoek bij de voorzitter ingediend om vrijgesteld te worden van het dragen van een mondkapje in het openbaar vervoer. De voorzitter heeft op 2 juli 2020 aan [appellant] te kennen gegeven dat de aanvraag niet in behandeling wordt genomen, omdat artikel 2.7, eerste lid, van de Noodverordening COVID-19 Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland zich niet richt tot de individuele reiziger maar tot de vervoerder, zodat de gevraagde vrijstelling niet aan [appellant] kan worden verleend.appellant] heeft op 6 juli 2020 tegen deze mededeling bezwaar gemaakt.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
