ECLI:NL:RVS:2024:3497
Raad van State · 28-08-2024 · zaaknummer 202205966/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 22 september 2021 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het kindgebonden budget van [appellante] voor de periode vanaf juni 2021 opnieuw berekend en van € 2.594,00 naar € 1.513,00 verlaagd. In geschil is of de Belastingdienst/Toeslagen de minderjarige partner van [appellante] terecht heeft aangemerkt als haar toeslagpartner als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder a, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen voor de periode van september 2021 tot en met december 2021. [appellante] had ten tijde hier van belang een relatie met [persoon]. Op 9 mei 2021 hebben zij een zoon gekregen. [appellante] stond vanaf 11 mei 2021 tot aan haar meerderjarigheid op 23 april 2023 onder toezicht van Stichting Samen Veilig Midden-Nederland. Zij is door de kinderrechter uit huis geplaatst. Bij besluit van 23 juli 2021 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot kindgebonden budget voor [appellante] opnieuw berekend op een bedrag van € 2.594,00. Het kindgebonden budget is verhoogd met de tegemoetkoming voor alleenstaande ouders (de zogenoemde alleenstaande ouderkop).
Advocaten
- E.C. Weijsenfeld
- G. Snijders
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
