ECLI:NL:RVS:2024:349
Raad van State · 31-01-2024 · zaaknummer 202301476/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 19 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. Bij besluit van 14 oktober 2021 heeft het college het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellante] heeft tot 1 juli 2018 met haar partner en drie kinderen in Amsterdam gewoond. Zij is toen met haar gezin verhuisd naar de gemeente Haarlemmermeer waar zij tot 28 januari 2020 ingeschreven heeft gestaan op een adres in Zwanenburg. [appellante] is vervolgens met haar gezin naar België verhuisd. Hier heeft zij tot 7 januari 2021 gewoond. Vanwege de coronapandemie is [appellante] met haar gezin teruggekeerd naar Nederland en zijn zij bij haar ouders in Amsterdam ingetrokken. [appellante] heeft op 1 februari 2021 een urgentieverklaring aangevraagd. Haar kinderen waren toen 20, 16 en 5 jaar.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
