ECLI:NL:RVS:2024:3387
Raad van State · 21-08-2024 · zaaknummer 202300011/1/R1
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 20 januari 2022 heeft het college van dijkgraaf en heemraden van het waterschap Hollandse Delta [appellant] gelast om de overtreding met betrekking tot de watergang op het perceel [locatie] in [plaats] binnen een week na verzending van dit besluit te beëindigen onder oplegging van een dwangsom van € 1.500,00 per dag, met een maximum van € 7.500,00. Een toezichthouder van het college heeft op 15 en 18 januari 2022 geconstateerd dat er zonder vergunning werkzaamheden zijn uitgevoerd aan de watergang met kenmerk W27008/W97006 ter hoogte van het adres [locatie] in [plaats]. Het gaat om het dempen van de watergang met grond en het aanbrengen van wilgenstekken in de beschermingszone. Tussen partijen is niet in geschil dat [appellant] deze werkzaamheden heeft uitgevoerd. Het college heeft [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast om de overtreding te beëindigen door de aangebrachte grond te verwijderen en de watergang te herstellen. In bezwaar is het college niet van gedachten veranderd en heeft het de last onder dwangsom gehandhaafd. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] daartegen ongegrond verklaard.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
