ECLI:NL:RVS:2024:3383
Raad van State · 21-08-2024 · zaaknummer 202402305/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij beslissing van 19 september 2023 heeft de Centrale Studentenadministratie het verzoek van [appellante] om een deel van het instellingscollegegeldtarief over studiejaar 2022-2023 kwijt te schelden, afgewezen. [appellante] is een studente met een buitenlandse nationaliteit. Sinds studiejaar 2021-2022 volgt zij de masteropleiding Economics aan de Universiteit van Amsterdam. Voor [appellante] geldt het instellingscollegegeldtarief. In studiejaar 2021-2022 bedroeg dit vanwege de Covid-19 pandemie € 14.291,00 en voor de aanvang van het studiejaar 2022-2023 heeft de UvA dit vastgesteld op € 16.060,00. [appellante] heeft het instellingscollegegeldtarief deels betaald. Het nog openstaande bedrag van € 843,74 heeft zij in september 2023 betaald. Omdat zij hinder heeft ondervonden door persoonlijke omstandigheden, heeft zij de CSA verzocht een bedrag van € 800,00 met toepassing van de hardheidsclausule kwijt te schelden.
Rechters
Advocaten
- I.D.O. Onwuegbuchu
- R. Verspaandonk
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
