ECLI:NL:RVS:2024:3379
Raad van State · 21-08-2024 · zaaknummer 202201909/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 17 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellant A] en [appellant B] een last onder dwangsom opgelegd. [appellant A] en [appellant B] woonden tot 27 februari 2017 met hun vijf minderjarige kinderen in een caravan op een terrein aan de Riekerweg in Amsterdam. Het college heeft de hieraan ten grondslag liggende huurovereenkomst ontbonden, omdat [appellant A] en [appellant B] de huurprijs niet betaalden. Zij hebben, vanwege hun minderjarige kinderen, van het college nog een laatste aanbod gekregen om aanspraak te maken op een andere verblijfplaats. Op 23 augustus 2017 hebben partijen een intentieverklaring ondertekend, waarin aan [appellant A] en [appellant B] een perceel aan de Johan Broedeletstraat werd aangeboden. Dit aanbod gold uitsluitend onder naleving van de volgende voorwaarden: [appellanten] verlenen medewerking aan de begeleiding en zorg van hulpverleningsinstanties; De leerplichtige kinderen gaan naar school; [appellanten] houden zich aan de regels van de scholen en de Leerplichtwet; [appellanten] en hun kinderen laten zich registreren in de gemeentelijke basisadministratie.
Advocaten
- S. Jaasma
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
