ECLI:NL:RVS:2024:3366
Raad van State · 28-08-2024 · zaaknummer 202401299/1/A2
Inhoudsindicatie
[appellant] heeft zich op 7 februari 2022 voor het eerst ingeschreven voor een cursus (onderwijseenheid) van de bachelor Rechtsgeleerdheid aan de Open Universiteit. Op dat moment stond hij nog ingeschreven bij de Universiteit van Amsterdam. Op 14 april 2022 heeft hij aan die universiteit de bacheloropleiding Informatiekunde afgerond. [appellant] heeft sinds zijn eerste inschrijving bij de Open Universiteit voortdurend één of meerdere onderwijseenheden, in het totaal 22, van de bachelor Rechtsgeleerdheid gevolgd. Op 6 oktober 2023 ontving [appellant] van de Open Universiteit de eerste mededeling dat hij in plaats van het wettelijke tarief collegegeld OU het instellingscollegegeld OU is verschuldigd. [appellant] betoogt dat de regeling gelijktijdig gevolgde opleidingen wel op hem van toepassing is.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
