ECLI:NL:RVS:2024:3296
Raad van State · 14-08-2024 · zaaknummer 202306250/1/V6
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een verzoek van [appellante] om op enige wijze de overkomst van haar en haar zoon naar Nederland te faciliteren, afgewezen. [appellante] heeft de Afghaanse nationaliteit en verblijft in Afghanistan. Niet in geschil is dat haar man heeft gewerkt als bewaker van ‘Afghan Security Guard’ voor de Nederlandse krijgsmacht in Uruzgan, Afghanistan. Haar man zou op [datum] 2019 zijn vermoord door de Taliban in verband met zijn werkzaamheden als bewaker van ASG tussen 2006 en 2010. Op 4 december 2022 heeft zij de minister gevraagd om haar en haar zoon vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. De minister heeft het verzoek afgewezen, omdat [appellante] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860; de Kamerbrief). De minister heeft hiervoor in het besluit als reden gegeven dat de man van [appellante] niet rechtstreeks in dienst was bij het Ministerie van Defensie, maar bij een onderaannemer.
Rechters
Advocaten
- F. Hashi
- M.M. van Asperen
- P.L.M. Stieger
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
