ECLI:NL:RVS:2024:3213
Raad van State · 07-08-2024 · zaaknummer 202305056/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 20 april 2021 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven de aanvraag van [appellante] om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven afgewezen. Op 16 oktober 2020 heeft [appellante] een aanvraag ingediend om een uitkering uit het schadefonds. In de aanvraag heeft [appellante] kenbaar gemaakt dat zij slachtoffer is geworden van mishandeling in de huiselijke sfeer in de periode 1995-2005. Hierdoor heeft zij onder meer blauwe plekken en een hersenschudding opgelopen. De CSG heeft bij besluit van 20 april 2021, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 5 september 2022, de aanvraag van [appellante] afgewezen. [appellante] heeft de aanvraag niet binnen de gestelde wettelijke termijn van tien jaar ingediend. Ook heeft [appellante] volgens de CSG geen verschoonbare redenen gegeven voor de termijnoverschrijding.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
