ECLI:NL:RVS:2024:2895
Raad van State · 17-07-2024 · zaaknummer 202305138/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 2 februari 2022 heeft de Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] is vader van drie minderjarige kinderen over wie hij sinds zijn echtscheiding het co-ouderschap heeft. Sinds februari 2020 huurt hij een kamer in een woning aan de [locatie] in Rotterdam, nadat het gebruik van de echtelijke woning bij beschikking van de voorzieningenrechter van 3 februari 2020 bij uitsluiting aan de ex-partner van [appellant] was toegewezen. Deze woonruimte is volgens [appellant] niet geschikt om uitvoering te geven aan zijn rol als vader en het co-ouderschap: hij kan zijn kinderen niet adequaat in deze woning ontvangen of hen hier laten overnachten. Dit blijkt volgens hem ook uit het feit dat de gemeente de inschrijving van een van zijn kinderen op dit adres heeft geweigerd, omdat de woning volgens de gemeente niet geschikt is om een kind te laten wonen. Zijn kinderen lijden daaronder. [appellant] heeft daarom op 23 november 2021 een urgentieverklaring aangevraagd. In de aanvraag stelt hij ook dat zijn woonlasten na zijn echtscheiding onevenredig hoog zijn in relatie tot zijn inkomen.
Rechters
Advocaten
- J.E. Hynd
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
