ECLI:NL:RVS:2024:2894
Raad van State · 17-07-2024 · zaaknummer 202305281/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 6 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring toegewezen. [appellant] heeft een urgentieverklaring aangevraagd omdat de psychische problematiek van haar en haar twee kinderen samenhangt met de problematische gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden in haar huidige driekamerwoning. In de aanvraag benoemt [appellant] onder andere dat zij een erkend gedupeerde ouder is van de toeslagenaffaire. Daarnaast zijn haar kinderen in 2019 uit huis geplaatst. De woning roept daarom bij haar veel nare herinneringen op uit deze tijd. Met een andere woning stelt [appellant] met haar kinderen te kunnen werken aan een nieuw toekomstperspectief. Het college heeft de aanvraag van [appellant] toegewezen op grond van artikel 4:7, eerste lid, aanhef en onder b, van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019, na een advies van de GGD van 11 april 2022. De GGD heeft daarin over de medische noodzaak tot verhuizen geadviseerd dat er sprake is van een levensontwrichtende en/of levensbedreigende situatie.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
