ECLI:NL:RVS:2024:2679
Raad van State · 03-07-2024 · zaaknummer 202306568/1/A2
Inhoudsindicatie
Op 21 februari 2022 heeft [appellante] bij de CSG een aanvraag ingediend om een uitkering uit het schadefonds. Zij heeft in het aanvraagformulier vermeld dat zij op 19 mei 2013 slachtoffer is geworden van mishandeling en ten gevolge daarvan lichamelijk letsel aan haar rechteroor heeft opgelopen. Aan het besluit van 18 juli 2022 heeft de CSG ten grondslag gelegd dat [appellante] geen ernstig lichamelijk letsel, als bedoeld in artikel 3 van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven, heeft opgelopen. Volgens een advies van de medisch adviseur van de CSG 12 juli 2022 is er geen verband vast te stellen tussen de klachten van [appellante] aan haar rechteroor, waarvoor zij twee operaties heeft ondergaan, en de mishandeling. In het bezwaarschrift van 21 juli 2022 heeft [appellante] aangevoerd dat de CSG niet heeft onderkend dat zij niet slechts is geslagen, maar ook is gewurgd, waardoor zij het benauwd kreeg en geen adem meer kon krijgen. In andere gevallen heeft de CSG aangenomen dat bij een poging tot wurging sprake is van ernstig letsel. In die zin zou de CSG dus aan [appellante] een uitkering in letselcategorie 1 kunnen toekennen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
