ECLI:NL:RVS:2024:2330
Raad van State · 05-06-2024 · zaaknummer 202303817/1/V6
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 6 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellant] stelt afkomstig te zijn uit Zuid-Soedan en geboren te zijn op [geboortedatum] 1982. Hij is sinds 1998 in Nederland. De staatssecretaris heeft hem met ingang van 15 juni 2007 in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning op grond van de Regeling Afwikkeling Nalatenschap Oude Vreemdelingenwet. [appellant] heeft op 20 mei 2019 het verzoek ingediend. Op dat moment beschikte hij over een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking niet-tijdelijke humanitaire gronden, geldig tot 15 juni 2023. Ter staving van zijn identiteit en nationaliteit heeft hij geen documenten overgelegd, omdat hij onder de met ingang van 1 november 2021 geldende Ranov-vrijstelling valt. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen, omdat twijfel bestaat over de identiteit en nationaliteit van [appellant]. De staatssecretaris heeft aan dit standpunt een rapport taalanalyse van 17 januari 2022 van Team Onderzoek en Expertise Land en Taal ten grondslag gelegd.
Rechters
Advocaten
- C.F.M. van den Ekart
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
