ECLI:NL:RVS:2024:233
Raad van State · 24-01-2024 · zaaknummer 202300498/1/A3
Inhoudsindicatie
[appellant] heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op het door hem gedane verzoek om inzage van persoonsgegevens op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming door het CAK. Bij mondelinge uitspraak van 1 december 2022 heeft de rechtbank het door [appellant] ingestelde beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd, het CAK veroordeeld tot betaling aan [appellant] van een dwangsom van € 1.442,00 en het CAK veroordeeld tot betaling van een proceskostenvergoeding van € 379,50. [appellant] komt in hoger beroep uitsluitend op tegen de hoogte van de door de rechtbank uitgesproken proceskostenveroordeling. Hij voert aan dat de rechtbank ten onrechte geen vergoeding heeft toegekend voor de brieven van 24 februari 2022 en 24 november 2022.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
