ECLI:NL:RVS:2024:2327
Raad van State · 05-06-2024 · zaaknummer 202301127/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 30 augustus 2021 heeft het college een aanvraag van [appellant] om toelating tot de voorrangsregeling voor huurwoningen voor zorg- en onderwijspersoneel afgewezen. In de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 is bepaald dat Amsterdamse zorgverleners gebruik kunnen maken van een voorrangsregeling. [appellant] werkt sinds 1 december 2006 als persoonlijk begeleider bij stichting [naam stichting] in Amsterdam. Hij heeft op 11 juli 2021 bij het college een aanvraag ingediend om toegang tot de voorrangsregeling, omdat hij door een echtscheiding zijn woning had verlaten en voor zichzelf en voor zijn minderjarige dochter een sociale huurwoning in Amsterdam zocht. [appellant] heeft zich in bezwaar op het standpunt gesteld dat hij op grond van artikel 2.3.7, vijfde lid, aanhef en onder c, van de nieuwe verordening wel degelijk voor voorrang in aanmerking komt en dat het college zijn persoonlijke situatie bij de besluitvorming had moeten betrekken.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
