ECLI:NL:RVS:2024:232
Raad van State · 24-01-2024 · zaaknummer 202204627/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 23 juli 2019 heeft de korpschef van de politie het verzoek van [appellant] om inzage in de politiegegevens die over hem worden verwerkt op grond van artikel 25 van de Wet politiegegevens gedeeltelijk ingewilligd. [appellant] heeft de korpschef op 6 mei 2019 verzocht om inzage in alle politiegegevens die de politie over hem heeft verwerkt. De korpschef heeft het verzoek bij besluit van 23 juli 2019 op grond van artikel 25 van de Wpg deels ingewilligd en een overzicht gegeven van alle registraties en meldingen zoals die zijn vastgelegd in het systeem Basisvoorziening Handhaving (BVH), Summ-IT en van antecedenten die op naam van [appellant] staan. Hiervan zijn een aantal registraties ingezonden naar het Openbaar Ministerie (hierna: OM). In het besluit van 29 oktober 2019 heeft de korpschef het besluit van 23 juli 2019 aangevuld met enkele BVH-registraties. Deze zijn allen ingezonden naar het OM. De rechtbank heeft overwogen dat het standpunt van de korpschef dat [appellant] inzage heeft gehad in alle op hem betrekking hebbende politiegegevens en dat er geen registraties zijn achtergehouden voor inzage, niet ongeloofwaardig is.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
