ECLI:NL:RVS:2024:2233
Raad van State · 29-05-2024 · zaaknummer 202305841/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 29 juli 2022 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven een verzoek van [appellant] om herziening van een besluit van 3 december 2021 afgewezen. Deze zaak gaat over de vraag of de CSG het verzoek om herziening terecht heeft afgewezen en zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat er geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn. De CSG heeft de aanvraag van 16 maart 2021 bij besluit van 23 september 2021 afgewezen, omdat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij het slachtoffer is van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf, als bedoeld in artikel 3 van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven. De CSG heeft het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar bij besluit van 3 december 2021 ongegrond verklaard. De CSG heeft in haar besluiten meerdere processen-verbaal van de politie over het gestelde geweldsmisdrijf betrokken. [appellant] heeft geen rechtsmiddelen aangewend tegen het besluit van 3 december 2021.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
