ECLI:NL:RVS:2024:1762
Raad van State · 29-04-2024 · zaaknummer 202207507/2/R1
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 10 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn afwijzend beslist op het verzoek om handhaving van [verzoeker], omdat het verzoek volgens het college niet was ingediend namens een belanghebbende. In opdracht van de gemeente Alphen aan den Rijn is tussen 2015 en 2017 de Koningin Máximabrug gerealiseerd. Als onderdeel hiervan is aan beide zijden van de brug ter plaatse van de landhoofden de bodem verhoogd. Voor deze verhoging heeft de aannemer van de gemeente zogenaamde Thermisch Gereinigde Grond toegepast. Tijdens de aanleg is de TGG tijdelijk op een aangrenzend perceel van de gemeente opgeslagen. Dit perceel is later gekocht door [verzoeker] met het oogmerk om het als paardenweide te gebruiken. De toepassing van de TGG heeft volgens [verzoeker] geleid tot een verontreiniging van de bodem en het grond- en oppervlaktewater. Daardoor kan zij het perceel niet voor de beweiding van paarden gebruiken en haar paarden niet meer drenken met oppervlaktewater.
Rechters
Advocaten
- E.J.H. Plambeck
- F.J. Beerepoot
- G.J.M. van Roessel
- M. Langevoort
- R. Rosenboom
- T.N. Sanders
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
