ECLI:NL:RVS:2024:1597
Raad van State · 17-04-2024 · zaaknummer 202302226/1/V6
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 28 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 2 mei 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellant] woont bijna 30 jaar in Nederland en heeft sinds 13 augustus 2011 een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. Hij stelt dat hij is geboren op [geboortedatum] 1960 in [plaats], Angola. De staatssecretaris heeft het naturalisatieverzoek afgewezen, omdat hij de identiteit en nationaliteit van [appellant] niet met zekerheid kan vaststellen en zijn beroep op bewijsnood niet slaagt. Ook is volgens de staatssecretaris geen sprake van nadelige gevolgen die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn. [appellant] voert aan dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de documenteis in zijn geval niet noodzakelijk is en dat hij zijn identiteit en nationaliteit ook met andere documenten dan met een geboorteakte en paspoort kan aantonen. Hij verwijst naar de uitspraak van de Afdeling van 19 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:531.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
