ECLI:NL:RVS:2024:1296
Raad van State · 27-03-2024 · zaaknummer 202400229/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij beslissing van 25 juli 2023 heeft de examinator het door [appellant] afgelegde tentamen personen- en familierecht beoordeeld met een 5,0. [appellant] is derdejaarsstudent bij de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Amsterdam. Op 17 juli 2023 heeft hij deelgenomen aan de herkansing van het eerstejaarsvak personen- en familierecht. De examinator heeft hem op 25 juli 2023 medegedeeld dat hij hiervoor een 5,0 heeft behaald. Hiertegen heeft [appellant] administratief beroep ingesteld. Aan de beslissing van 12 december 2023 heeft het college ten grondslag gelegd dat [appellant] met zijn administratief beroep beoogt verandering te bewerkstelligen in de wijze waarop de opgaven en antwoordmodellen voor het tentamen personen- en familierecht zijn vastgesteld en dat hiertegen, ingevolge artikel 8:4, derde lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht geen beroep kan worden ingesteld.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
