ECLI:NL:RVS:2024:1292
Raad van State · 27-03-2024 · zaaknummer 202205413/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 9 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heumen vastgesteld dat [appellant] een dwangsom van € 5.000,00 is verschuldigd en heeft het dit bedrag van [appellant] ingevorderd. Bij besluit van 2 november 2021 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellant] heeft een winkel aan de [locatie 1] in Overasselt. Hier verkoopt hij groente, fruit en zuivel. In de maanden april tot en met juni verkoopt hij ook buitenplanten en potgrond, die hij voornamelijk in karren voor zijn winkel plaatst. Het college heeft een vergunning aan [appellant] verleend voor het plaatsen van uitstallingen in de zone op het trottoir voor zijn winkel. Volgens het college plaatst [appellant] de karren in afwijking van de vergunning deels op de openbare weg. Het college en [appellant] hebben hierover gesprekken gevoerd en afspraken gemaakt. Volgens het college komt [appellant] deze afspraken niet na. Het college heeft [appellant] een last onder dwangsom opgelegd vanwege het overtreden van artikel 2:10 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Heumen 2019.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
