ECLI:NL:RVS:2024:1257
Raad van State · 27-03-2024 · zaaknummer 202202889/1/V6
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 17 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van [wederpartij] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [wederpartij] heeft op 20 februari 2020 verzocht om het Nederlanderschap. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen, omdat er een ernstig vermoeden bestaat dat [wederpartij] een gevaar vormt voor de openbare orde. De rehabilitatietermijn van vijf jaar na een strafrechtelijke veroordeling was namelijk nog niet afgelopen. Daarnaast heeft de staatssecretaris het verzoek afgewezen, omdat hij ernstig twijfelt aan de identiteit en nationaliteit van [wederpartij]. Omdat [wederpartij] alleen al om deze redenen niet in aanmerking komt voor het Nederlanderschap, heeft de staatssecretaris de overige vereisten voor naturalisatie niet beoordeeld. In beroep heeft [wederpartij] berust in het standpunt dat er een ernstig vermoeden bestaat dat hij een gevaar vormt voor de openbare orde. In hoger beroep ligt alleen de vraag voor of zijn gestelde identiteit en nationaliteit met de vereiste zekerheid kunnen worden vastgesteld.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
