ECLI:NL:RVS:2024:1237
Raad van State · 28-03-2024 · zaaknummer 202400582/2/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de minister voor Rechtsbescherming de aanvraag van [verzoeker] voor een verklaring omtrent gedrag afgewezen. [verzoeker] heeft zijn studie rechten afgemaakt en wil graag advocaat worden. Hij heeft daarvoor een VOG nodig. Daarom heeft hij die alvast aangevraagd. De minister heeft de VOG geweigerd omdat [verzoeker] recent nog is veroordeeld door de strafrechter. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister dat mocht doen. [verzoeker] is het daar niet mee eens en heeft hoger beroep ingesteld. [verzoeker] wil de uitspraak in de bodemzaak niet afwachten en heeft daarom verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Deze uitspraak gaat over dat verzoek. [verzoeker] wil een voorziening die inhoudt dat hij voor de periode tot aan de uitspraak in het hoger beroep beschikt over een VOG.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
