ECLI:NL:RVS:2024:1038
Raad van State · 13-03-2024 · zaaknummer 202303559/1/V6
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 11 augustus 2021 heeft de minister het verzoek van [appellante] om verlenging van de inburgeringstermijn afgewezen. De minister heeft [appellante] bij brief van 22 oktober 2018 meegedeeld dat zij inburgeringsplichtig is, haar inburgeringstermijn op 17 september 2018 is gestart en zij tot en met 14 oktober 2021 de tijd heeft om in te burgeren. Op 30 juni 2021 heeft de minister een medische machtiging van [appellante] ontvangen waarmee zij heeft verzocht om de inburgeringstermijn te verlengen. In de machtiging heeft [appellante] vermeld last te hebben van een depressie door de geboorte van haar tweeling, een middenoorziekte, duizeligheid en hoofdpijn door Covid. De minister heeft het verzoek om verlenging afgewezen, omdat hij niet beschikte over de benodigde medische gegevens. Bij besluit van 3 augustus 2022 heeft de minister de afwijzing gehandhaafd, omdat uit het medisch advies van 29 juli 2022 van L. ten Hove, verzekeringsarts voor Argonaut, volgt dat er geen aanleiding bestaat tot een verlengingsadvies op basis van de aangeleverde informatie.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
