ECLI:NL:RVS:2023:923
Raad van State · 08-03-2023 · zaaknummer 202102459/1/R4
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 29 augustus 2017 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel een volgens hem verbeurde dwangsom van € 5.000,00 bij [appellant] ingevorderd. Bij besluit van 2 februari 2016 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd. Het college heeft [appellant] daarbij gelast de acceptatie van niet-vergunde gevaarlijke afvalstoffen te beëindigen en beëindigd te houden. Indien [appellant] zich niet aan deze last zou houden, zou hij een dwangsom van € 5.000,00 per maand verbeuren, met een maximum van € 10.000,00. Op 12 juli 2017 hebben toezichthouders van het college geconstateerd dat vanuit een perscontainerauto een partij afvalstoffen binnen de inrichting van [appellant] werd gestort. In de afvalstoffen waren volgens hen verfblikken, lege ongereinigde vaatjes met verdunners en kitspuiten aanwezig. Door de acceptatie van de afvalstoffen op 12 juli 2017 heeft [appellant] volgens het college de aan hem opgelegde last overtreden. Daarom is naar het oordeel van het college een dwangsom van € 5.000,00 verbeurd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
