ECLI:NL:RVS:2023:581
Raad van State · 15-02-2023 · zaaknummer 202105443/2/V6 en 202105444/2/V1
Inhoudsindicatie
Bij besluiten van 12 december 2019 (hierna: de besluiten) heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [de vreemdeling] ingetrokken krachtens artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap en hem ongewenst verklaard krachtens artikel 67, eerste lid, aanhef en onder c en e, van de Vw 2000. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling de staatssecretaris opgedragen om het in overwegingen 5.1 en 9 van de tussenuitspraak geconstateerde gebrek in de besluiten te herstellen. De Afdeling heeft onder 5.1 en 9 van de tussenuitspraak overwogen dat de staatssecretaris naar aanleiding van de brief van het College van procureurs-generaal van 2 december 2019 nader had moeten onderzoeken of [de vreemdeling] nog leeft. De brief geeft namelijk een eerste aanknopingspunt voor het vermoeden dat [de vreemdeling] is overleden. De Afdeling heeft daarbij overwogen dat de brief dateert van ná het individueel ambtsbericht van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst van 19 november 2019 maar van vóór het nemen van de besluiten.
Advocaten
- J.J. van Joolingen
- J.V. de Kort
- P.J. Schüller
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
