ECLI:NL:RVS:2023:4846
Raad van State · 27-12-2023 · zaaknummer 202304265/1/A2 en 202304266/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 31 augustus 2022 heeft het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam [appellante] medegedeeld dat zij, in haar situatie, voor de bacheloropleiding Geschiedenis voor het studiejaar 2022-2023 een instellingscollegegeld ter hoogte van € 8.300,00 is verschuldigd. [appellante] heeft op 30 augustus 2010 haar doctoraaldiploma Nederlands Recht aan de UvA behaald. Op 1 februari 2011 is zij aan die universiteit in deeltijd begonnen aan de bacheloropleiding Geschiedenis. Voor het volgen van deze opleiding is [appellante] collegegeld verschuldigd. De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek maakt onderscheid tussen wettelijk collegegeld en instellingscollegegeld. Het wettelijk collegegeld wordt door de Kroon bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld en is lager dan het instellingscollegegeld dat door het instellingsbestuur, in dit geval het college, wordt vastgesteld. Als een student al eerder een diploma heeft behaald, is deze voor een volgende opleiding het instellingscollegegeld verschuldigd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
