ECLI:NL:RVS:2023:4623
Raad van State · 13-12-2023 · zaaknummer 202207119/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 19 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] heeft op 6 januari 2021 een aanvraag voor een urgentieverklaring gedaan bij het college omdat hij geen vaste woon- of verblijfplaats heeft. [appellante] is gediagnostiseerd met een chronische depressie en PTSS, en hij stelt dat het ontbreken van rust en stabiliteit ervoor zorgt dat hij psychisch hard achteruit gaat. Verder stelt [appellante] dat hij al drie jaar de feitelijke zorg heeft voor zijn minderjarige zoon, die inmiddels 16 jaar is. Op de zitting heeft [appellante] de noodzaak toegelicht van een zelfstandige woning voor hem en zijn zoon. Hij heeft daarbij onder meer verwezen naar verslag van de gedragswetenschapper a.i. Forensische Jeugd bij E 25 Zorg en Welzijn van 31 augustus 2023. Het college heeft de aanvraag afgewezen op grond van de algemene weigeringsgronden van artikel 4:5, aanhef en onder b, c, m en n, van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019. Volgens het college is er geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
