ECLI:NL:RVS:2023:4620
Raad van State · 13-12-2023 · zaaknummer 202108163/1/V3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 17 april 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. De vreemdeling heeft de Turkse nationaliteit. Hij is in Turkije op 11 november 2010 veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf voor het plegen van moorden en mishandelingen. Zijn eerste asielaanvraag is afgewezen op grond van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag. Die afwijzing is onherroepelijk. De vreemdeling heeft een opvolgende asielaanvraag ingediend. Hieraan heeft hij ten grondslag gelegd dat de veroordeling in Turkije is gebaseerd op bekentenissen die zijn verkregen door martelingen, waaronder seksueel geweld. Er is volgens hem sprake van een oneerlijk proces en artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag is hem daarom ten onrechte tegengeworpen. In de eerste asielprocedure heeft hij niet verklaard dat hij is gemarteld. Ter onderbouwing van zijn standpunt dat hij in die eerste asielprocedure niet kon verklaren over de martelingen, omdat hij zich schaamde, heeft hij een iMMO-rapport van 6 december 2018 overgelegd.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
