ECLI:NL:RVS:2023:4527
Raad van State · 06-12-2023 · zaaknummer 202205975/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 10 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] is een alleenstaande vrouw met twee minderjarige kinderen. Zij heeft co-ouderschap met haar ex-partner bij wie haar kinderen hun hoofdverblijf hebben. [appellante] heeft een urgentieverklaring aangevraagd omdat zij geen vaste woon- en verblijfplaats heeft. Zij verbleef in een schuur in een woongroep, maar is daar vertrokken vanwege een agressieve buurman. In de periode dat zij de aanvraag deed, bracht zij de nachten door in een auto en soms bij een vriendin of haar ex-partner. Zij geeft in hoger beroep aan dat zij ook nu nog steeds dakloos is. Het college heeft zich onder meer op het standpunt gesteld dat de situatie van [appellante] naar Amsterdamse begrippen helaas niet uniek is, dat de oplossing vaak bestaat uit het vinden van een kamer of door bij een ander huishouden te gaan inwonen of tijdelijk huur, anti-kraak wonen of door elders een woning te zoeken waarbij geen druk is op de woningmarkt.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
