ECLI:NL:RVS:2023:4524
Raad van State · 06-12-2023 · zaaknummer 202205222/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 20 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] is in 2016 vanuit Eritrea naar Nederland gekomen. Sinds 1 april 2019 woont zij in een studio in Badhoevedorp van 25 m2. In september 2019 is in het kader van gezinshereniging ook haar zoon, geboren in 2007, naar Nederland gekomen en bij haar komen wonen. [appellante] heeft een urgentieverklaring aangevraagd omdat de woning te klein is. Daarbij is toegelicht dat [appellante] en haar zoon geen privacy hebben, dat haar zoon geen plek heeft om zijn huiswerk te maken en zich door de woonsituatie niet kan concentreren op school. [appellante] heeft nog een (stief)kind in Eritrea. Gedurende de hoger beroepsprocedure is zij bevallen van haar jongste kind. [appellante] heeft gronden aangevoerd over het oordeel van de rechtbank over het medisch advies en over het oordeel over artikel 3 van het Verdrag inzake de rechten van het kind. Verder heeft zij aangevoerd dat zowel het college als de rechtbank hebben verzuimd een besluit te nemen over dwangsommen wegens te laat beslissen op het gemaakte bezwaar.
Rechters
Advocaten
- J. Sprakel
- M. Gayir
- P. Klaver
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
