ECLI:NL:RVS:2023:4520
Raad van State · 06-12-2023 · zaaknummer 202202118/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 23 januari 2020 heeft het college [appellante] ambtshalve ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [locatie A] in Zwaagdijk-Oost. Bij besluit I heeft het college [appellante] ambtshalve ingeschreven in de brp op het adres [locatie A] in Zwaagdijk-Oost naar aanleiding van een onderzoek naar de feitelijke verblijfplaats van [appellante]. [appellante] heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Op 21 april 2020 heeft [appellante] het college in gebreke gesteld, omdat het volgens haar niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar. Bij besluit II heeft het college vastgesteld dat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend en daarom geen dwangsom is verschuldigd. [appellante] heeft ook tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Beide bezwaren zijn door het college ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college op goede gronden is overgegaan tot de ambtshalve inschrijving van het adres [locatie A] te Zwaagdijk-Oost als het woonadres van [appellante] in de brp.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
