ECLI:NL:RVS:2023:4334
Raad van State · 22-11-2023 · zaaknummer 202106551/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 6 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] heeft op 17 juni 2020 een urgentieverklaring aangevraagd. Hij heeft daarbij als redenen opgegeven dat zijn ouders, bij wie hij met zijn partner en dochtertje inwoont, medische problemen hebben en dat zij willen dat hij en zijn gezin een andere woning zoeken. [appellant] stelt dat zij hierdoor dakloos dreigen te worden en dat zij geen financiële middelen hebben voor een woning buiten de sociale huursector. Volgens het college heeft [appellant] geen urgent huisvestingsprobleem omdat hij met zijn partner en minderjarig kind bij zijn ouders inwoont. Ook had hij zijn huisvestingsprobleem kunnen voorkomen omdat hij een gezin heeft gesticht zonder over een passende woonruimte te beschikken. [appellant] voert aan dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat geen sprake is van een urgent huisvestingsprobleem. De woning van zijn ouders is met 98 m² volgens [appellant] te klein voor bewoning door zes personen.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
