ECLI:NL:RVS:2023:4315
Raad van State · 22-11-2023 · zaaknummer 202300694/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 13 augustus 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] woont met haar twee kinderen op de tweede etage van een portiekwoning. Ze heeft een aanvraag om een urgentieverklaring gedaan omdat zij vanwege fysieke klachten niet kan traplopen en door een psychisch probleem geen gebruik kan maken van een lift. Het college heeft bij het besluit van 14 maart 2022 de afwijzing van de aanvraag om een urgentieverklaring gehandhaafd op grond van artikel 4:5, aanhef en onder c, d, k en m, van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019. Volgens het college kan [appellante] haar huisvestingsprobleem op een andere manier oplossen, bijvoorbeeld door het behandelen van haar psychische probleem waardoor zij geen gebruik kan maken van een lift.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
