ECLI:NL:RVS:2023:4285
Raad van State · 22-11-2023 · zaaknummer 202206242/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 30 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] heeft eerder in Amsterdam gewoond in een zelfstandige woonruimte met haar ex-partner. Haar ex-partner heeft haar in 1999 in Marokko achtergelaten. In mei 2019 is [appellante] weer naar Nederland teruggekeerd. Vanaf november 2020 woonde zij met haar minderjarige dochter [dochter 1] op verschillende locaties van de gemeentelijke noodvang voor gezinnen. Op 18 maart 2022 heeft [appellante] een aanvraag om een urgentieverklaring gedaan omdat zij en [dochter 1] de opvang zouden moeten verlaten en dus dakloos dreigden te worden. Verder heeft [appellante] de aanvraag gedaan vanwege de mantelzorg die zij aan haar in Amsterdam woonachtige [dochter 2] verleent. Ook heeft zij gewezen op haar psychische problematiek. Inmiddels wonen [appellante] en [dochter 1] in de gemeentelijk opvang Noordkaap Groepswonen in Amsterdam.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
