ECLI:NL:RVS:2023:4262
Raad van State · 15-11-2023 · zaaknummer 202300109/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 11 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [appellante] voor een éénmalig woningaanbod afgewezen. Bij besluit van 13 augustus 2021 heeft het college een urgentieverklaring aan [appellante] verleend waarmee zij kon reageren op een benedenwoning of flat met lift en drie, vier of vijf slaapkamers. Na afloop van de geldigheidstermijn van de urgentieverklaring heeft [appellante] op 14 december 2021 een aanvraag gedaan voor een éénmalig woningaanbod. Het college heeft bij het besluit van 29 maart 2022 de afwijzing van de aanvraag voor een éénmalig woningaanbod gehandhaafd op grond van artikel 4:8, vierde lid, van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019. Volgens het college voldoet [appellante] niet aan de voorwaarden uit voormeld artikel, omdat zij passende woningen heeft geweigerd en niet op passende woningen heeft gereageerd waardoor de urgentieverklaring niet optimaal is benut. Het college heeft geen aanleiding gezien voor toepassing van de hardheidsclausule.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
