ECLI:NL:RVS:2023:4150
Raad van State · 08-11-2023 · zaaknummer 202207497/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 29 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] is in 2002 bij haar ouders ingetrokken. Toen zij in 2020 haar aanvraag deed had [appellante] twee kinderen van één en vier jaar oud en was zij gescheiden. In de woning van haar ouders wonen in totaal negen personen en slaapt [appellante] met haar kinderen in de woonkamer. De situatie in een huis met zoveel mensen die meerdere talen spreken is op verschillende vlakken lastig voor [appellante] en haar kinderen. Volgens het college heeft [appellante] geen urgent huisvestingsprobleem omdat zij bij haar ouders inwoont. Verder was het huisvestingsprobleem van [appellante] volgens het college redelijkerwijs te voorkomen omdat haar kinderen zijn geboren toen zij al bij haar ouders inwoonde. Het college heeft verwezen naar hoofdstuk 1, paragraaf II, onder 3, Ad b en Ad c, van de Nadere regels Huisvestingsverordening Amsterdam 2020. Het college heeft geen aanleiding gezien voor toepassing van de hardheidsclausule.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
