ECLI:NL:RVS:2023:4143
Raad van State · 08-11-2023 · zaaknummer 202300007/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 3 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] heeft na zijn scheiding geen zelfstandige woonruimte kunnen vinden. Hij woonde op het moment van zijn aanvraag in bij een kennis in Den Haag. Inmiddels woont hij in een caravan. Hij stelt dat hij door zijn huidige woonsituatie zijn kinderen niet kan ontvangen en psychische klachten heeft. Volgens het college volgt uit de regelgeving dat [appellante] om meerdere redenen geen urgent huisvestingsprobleem heeft. Ook is [appellante] in Den Haag komen wonen zonder te zorgen voor adequate woonruimte en staat hij niet al ten minste twee jaar voorafgaand aan zijn aanvraag ingeschreven in de basisregistratie personen van een van de gemeenten in de regio Haaglanden. Verder heeft het college uitgelegd dat, omdat de aanvraag is afgewezen op meerdere algemene weigeringsgronden, geen advies aan de GGD hoefde te worden gevraagd. Het college heeft geen aanleiding gezien voor toepassing van de hardheidsclausule uit artikel 7:3 van de Huisvestingsverordening.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
