ECLI:NL:RVS:2023:4140
Raad van State · 08-11-2023 · zaaknummer 202300804/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 12 augustus 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. In haar aanvraag heeft [appellante] toegelicht dat zij een alleenstaande moeder is van drie minderjarige kinderen en inwoont bij haar ex-schoonvader. Zij moet daar vertrekken en heeft geen andere adressen waar zij kan verblijven, zodat zij vreest om dakloos te worden. Tijdens de procedure bij de rechtbank woonde [appellante] bij haar eigen vader en woonden de kinderen bij haar ex-partner. Volgens het college heeft [appellante] geen urgent huisvestingsprobleem en is sprake van verwijtbaar handelen. Het college heeft verwezen naar hoofdstuk 1, paragraaf 3, Ad b, en Ad e, van de Nadere regels Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 en toegelicht dat [appellante] bij haar ex-schoonvader inwoont en dat uit informatie van de woningbouwvereniging is gebleken dat haar ex-schoonvader zijn woning aan [appellante] onderverhuurt. Het college heeft geen aanleiding gezien voor toepassing van de hardheidsclausule.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
