ECLI:NL:RVS:2023:4136
Raad van State · 08-11-2023 · zaaknummer 202206333/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 10 augustus 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] huurt met haar minderjarige dochter een zelfstandige woonruimte uit de vrije sector in Maarssen. Omdat zij de maandhuur niet meer kon opbrengen heeft het college haar aanvraag om woonkostentoeslag ingewilligd. [appellante] heeft een aanvraag om urgentie gedaan omdat aan de woonkostentoeslag een verhuisplicht is verbonden. Het college heeft bij het besluit van 11 januari 2022 de afwijzing van de aanvraag om een urgentieverklaring gehandhaafd op grond van artikel 2.5.1, tweede lid, aanhef en onder d, van de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2019, gemeente Stichtse Vecht. Volgens het college moet het bij het aangaan van de huurovereenkomst voor [appellante] duidelijk zijn geweest dat de huurprijs van de woning niet in verhouding stond met de hoogte van haar inkomen destijds en dat zij zonder financiële hulp van derden de maandhuur niet zelf zou kunnen opbrengen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
