ECLI:NL:RVS:2023:4131
Raad van State · 08-11-2023 · zaaknummer 202207261/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 12 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] is op 18 maart 2019 vanuit de Nederlandse Antillen naar Nederland gekomen. Op het moment van haar aanvraag woonde zij in een onzelfstandige woonruimte. Zij had een kamer in een woning met drie mannelijk medebewoners. Zij heeft in haar aanvraag toegelicht dat zij COPD heeft en dat haar medebewoners zware rokers zijn. Om niet blootgesteld te worden aan de rook, sluit zij zich op in haar kamer. Haar woonsituatie leidt tot lichamelijke en psychische klachten. Verder stelt zij dat de woning vochtig is en niet goed wordt geventileerd. Het is volgens haar niet gelukt om met de eigenaar tot een oplossing te komen. Volgens het college is er geen sprake van een urgent woonprobleem. Verder kan [appellante] volgens het college haar woonprobleem oplossen door het huren van een studio of een woning op de particuliere woningmarkt en had zij kunnen voorzien dat het huren van een kamer en het delen van een woning een probleem zou kunnen worden vanwege haar gezondheidsklachten.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
