ECLI:NL:RVS:2023:409
Raad van State · 01-02-2023 · zaaknummer 202201752/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 1 oktober 2019 heeft de Belastingdienst/Toeslagen een aanvraag van [appellante] om toekenning van kindgebonden budget over 2017, afgewezen. [appellante] heeft op 10 augustus 2019 een aanvraag ingediend om kindgebonden budget over 2017 aan haar toe te kennen. De Belastingdienst/Toeslagen heeft de aanvraag afgewezen. Volgens de dienst ontving [appellante] in 2017 kinderbijslag van de Sociale Verzekeringsbank. Omdat zij toen niet ook al een toeslag ontving, wordt zij niet geacht een aanvraag voor het kindgebonden budget te hebben gedaan. Daarom had zij zelf een aanvraag moeten indienen. Aan [appellante] was uitstel verleend voor het doen van de aangifte inkomstenbelasting 2017 tot 1 mei 2019. Daarom kon zij tot 1 mei 2019 kindgebonden budget over 2017 aanvragen. De aanvraag van 10 augustus 2019 is volgens de Belastingdienst/Toeslagen dan ook te laat ingediend. [appellante] is het hier niet mee eens en heeft beroep ingesteld. Volgens haar is niet relevant dat zij de aanvraag te laat heeft ingediend, omdat zij kinderbijslag ontving en de Belastingdienst/Toeslagen daarom automatisch had moeten beoordelen of zij recht had op kindgebonden budget en haar hierover een bericht had moeten sturen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
